Winkelwagen

/ .nl-domeinnaam

Jouw .nl voor slechts € 0,49.

Domeinnaam checken
E-mail

/ Hostingpakket keuzehulp

Weet je niet zeker welk hostingpakket de beste
keus is voor jouw website? Met onze keuzehulp
kom je er wel uit.

Direct naar de keuzehulp

/ OpenStack

/ Probeer Public Cloud uit

Gratis 1 maand aan de slag met Public Cloud?

Vraag proefperiode aan

/ TransIP Blog

CSM25: API security in een SaaS-wereld

Lees de blogpost
Hulp nodig?

    Sorry, we konden geen resultaten vinden voor jouw zoekopdracht.

    Werken met de S3-API van de Object Store

    De TransIP Object Store ondersteunt de S3-API, dezelfde standaard die Amazon S3 gebruikt. Daardoor sla je bestanden op als objects in buckets(containers) en beheer je ze met veelgebruikte tools en libraries. Lees voor achtergrond over API’s onze pagina Developers & API.


     

    Benodigdheden

     

    Om met de S3 API te kunnen werken, heb je een aantal basisgegevens en tools nodig. Zorg eerst dat je deze bij de hand hebt, zodat je verbinding kunt maken met de Object Store en verzoeken kunt uitvoeren. 


     

    Wat is de S3-API?

     

    De S3-API is een manier om object storage te benaderen via HTTP-requests. Een HTTP-request is een opdracht die een client naar een server stuurt, zoals: ‘upload dit bestand’ of ‘maak deze bucket (container) aan’. Door deze manier van communiceren werken veel tools en applicaties direct met S3. Om te begrijpen hoe S3 werkt, is het belangrijk om de drie basisbegrippen te kennen:

    • ‘Buckets’: de opslagcontainers.
    • 'Objects':  individuele bestanden die in een bucket (container) staan.
    • ‘Keys’: de naam waarmee je een object aanspreekt.

    De Object Store gebruikt intern OpenStack Swift, maar is volledig S3-compatible. Daardoor werken bestaande S3-clients in de praktijk zonder aanpassingen. Meer weten over het platform? Zie onze OpenStack-pagina.


     

    Hoe werkt de structuur?

     

    Nu je de basisbegrippen kent, ziet de workflow er in elke S3-client hetzelfde uit::

    • Buckets aanmaken’: je creëert een nieuwe opslagruimte.
    • Objects uploaden: je plaatst een bestand in een bucket.
    • Objects downloaden: je haalt een bestand uit een bucket.
    • Objects verwijderen: je verwijdert een enkel object of een hele prefix.

    De exacte syntaxis verschilt per tool, maar de handelingen blijven hetzelfde.


     

    Kies je S3-client om de API te gebruiken

     

    Wil je S3-requests uitvoeren? Gebruik dan één van de onderstaande S3-clients voor voor het uitvoeren van de verzoeken (buckets maken, uploaden, downloaden, verwijderen, enz.).

    De afzonderlijke artikelen behandelen installatie, configuratie en alle voorbeeldcommando’s.

    Met de S3-API beheer je object storage op een universele manier. De basis bestaat uit buckets en objects; typische acties zijn aanmaken, uploaden, downloaden en verwijderen. Met de clients hierboven ga je daar direct praktisch mee aan de slag. 

     

     

    Kom je er niet uit?

    Ontvang persoonlijke hulp van onze supporters

    Neem contact op