Er zijn phishingmails in omloop die uit naam van TransIP worden verstuurd. Twijfel je over de echtheid van een e-mail van TransIP, klik dan niet op linkjes en neem contact met ons op via je controlepaneel of via support@transip.nl. Lees meer over phishing in onze Knowledge Base: https://www.transip.nl/knowledgebase/artikel/205-wat-is-phishing/
Hulpartikel overzicht

Hulpartikel

Een OpenStack-instance aanmaken

In jouw Virtual Datacenter, de OpenStack- implementatie van TransIP, kun je naar wens virtuele servers aanmaken in de vorm van Openstack 'instances'. Een instance is simpel gezegd een virtuele server waarop je een besturingssysteem kunt installeren, bijvoorbeeld Windows of Ubuntu. 

In deze handleiding laten we zien hoe je een OpenStack instance aanmaakt en er een besturingssysteem op installeert. Vervolgens laten we zien hoe je je wachtwoord opvraagt en gebruik maakt van de console van je instance om in te loggen op je instance.

Voor de stappen in deze handleiding heb je nodig:


De OpenStack-instance configureren

 

Stap 1

Log in op de OpenStack-webinterface 'Horizon'. Meer uitleg over het inloggen in Horizon vind je hier. Klik daarna in het linkermenu op 'Instances'.

Openstack omgeving


 

Stap 2

Klik rechts boven op 'Launch instance'.

launch instance


 

Stap 3

Je ziet nu een pop-up waarin je de instance configureert, zoals in de screenshot hieronder. 

  • Vul de naam van de instance in onder 'Instance name' ( bv. Server 2022 ).
  • Kies bij ' Availability zone voor ‘any Availability Zone’ of een specifieke availability zone.

Afhankelijk van je configuratie, bijvoorbeeld voor redundancy, kan het handig zijn om instances over verschillende availability zones te spreiden. Dit doe je door een instance aan te maken in bijvoorbeeld AMS-EQ1 en een andere instance in AMS-EQ2.

Voor de tutorial kiezen we voor AMS-EQ1.

  • Geef onder 'count' het aantal instances op dat je in één keer wil aanmaken.Voor deze handleiding maken we één instance aan.

Klik rechtsonderaan op 'next' om naar het volgende item 'Source' te gaan.

instance configureren


 

Stap 4

Kies bij 'Select Boot Source' voor 'image' en bij 'Create New Volume' voor 'Yes'.

Een boot source is de template die gebruikt wordt om een instance te maken, bijvoorbeeld een snapshot of image. Je kan hier ook kiezen voor een volume. Een volume is een schijf-ruimte die je kunt koppelen aan de instance. Als je de instance verwijdert blijft het volume bestaan. 

Klik op het pijltje naar boven naast het besturingssysteem dat je wil installeren, in dit voorbeeld is dat 'Windows Server 2022 standard' om een keuze te maken.

Klik op 'Name' om de Images alfabetisch te sorteren, of zoek de naam van het besturingssysteem door deze in te typen in het veld 'Click here for filters'.

boot source

Je ziet nu de geselecteerde image onder 'Allocated' staan. In dit voorbeeld is dit 'Windows server 2022 standard'. Als je een ander besturingssysteem wil kiezen, kun je de image verwijderen door op het pijltje naar beneden te klikken.

allocated

Klik rechtsonderaan het scherm op 'next' om bij het volgende item 'Flavor' te komen.

next knop

 


 

Stap 5

Klik op het pijltje naar boven naast de 'Standard 4GB' (of een andere Flavor) om een 'Flavor' te kiezen.

Door een flavor te kiezen bepaal je hoeveel geheugen (RAM), processor cores (CPU) en disk grote de server gaat krijgen. Besturingssystemen hebben een bepaalde hoeveelheid geheugen (RAM) en schijfruimte nodig. 

Als je te weinig RAM en/of schijfruimte hebt om een bepaalde flavor te installeren, wordt dit aangegeven met een uitroepteken.

kiezen van flavor

De 'Flavor' die je gekozen hebt zie je onder 'Allocated' staan. Klik eventueel op het pijltje naar beneden om de 'Flavor' te verwijderen. Je kunt dan een andere 'Flavor' kiezen.

allocated-flavor

Klik rechtsonderaan het scherm op 'next' om bij het volgende item 'Networks' te komen.

next-knop


 

Stap 6

Klik op het pijltje naar boven naast 'net-public' om een Publiek ip-adres te kiezen voor de instance.

Toelichting 'Networks'

Je kiest voor deze handleiding voor 'net-public'. Je krijgt met deze keuze een publiek (ipv4) IP-adres waarmee de instance direct toegang heeft tot het internet.

  • Als je een privé netwerk wil opzetten kies je voor 'Private network'
  • Wanneer je een firewall wil opzetten en deze wil testen kies je voor 'Firewall test'.
  • Om gebruik te maken van een ipv6 adres kies je voor 'net-public-ipv6'. Je kunt er ook voor kiezen om zowel een ipv4 en een ipv6 adres of meerdere IP-adressen te koppelen aan de instance. 

Voor deze handleiding is het voldoende om te kiezen voor 'net-public'. De andere mogelijkheden kun je altijd later implementeren door de netwerken te wijzigen.

publiek-ip-adres

Het 'net-public'-network zie je nu onder 'Allocated' staan. Om eventueel het 'net-public'-netwerk weer te verwijderen klik je op het pijltje naar beneden. Je kunt dan een ander netwerk toevoegen. Het is ook mogelijk om meerdere netwerken naast elkaar toe te voegen.

allocated-netwerk

Klik rechtsonderaan het scherm op 'next' om bij het volgende item 'networks ports' te komen. 

Je hoeft niets aan te passen onder het item 'network ports'. 

Klik nog een keer rechtsonderaan het scherm op 'next' om bij het item 'Security Groups' te komen. 

next-knop


 

Stap 7

Klik op het pijltje naar boven naast 'Allow all trafic' om deze 'security-group' te kiezen.

Hiermee sta je al het internetverkeer toe. Dit kun je later aanpassen door de huidige 'security group' te verwijderen en een andere 'security group' te kiezen om het internetverkeer te beperken. 

Een 'security-group' gebruik je om toegang tot een 'instance' te beperken je systeem te beveiligen tegen aanvallen of ongewenste toegang. Je kunt per instance een 'security group' toevoegen. Je kunt het zien als een tweede laag van bescherming voor je netwerk. 

openstack-security-groups

De 'Allow-all' group zie je nu onder 'allocated' staan. De 'security group' kan eventueel weer verwijderd worden door op het pijltje naar beneden te klikken.

openstack-allocated-security-groups

Klik rechtsonderaan op 'next' om naar het volgende item 'Key pair' te gaan.

next-knop


 

Stap 8

Klik op het pijltje naar boven naast de eerder aangemaakte key pair te kiezen, zie onze handleiding over het aanmaken van een key pair. In dit voorbeeld is dit de key pair 'server 2022'.

openstack-key-pair-toevoegen

De key pair 'server 2022' zie je nu onder 'Allocated' staan. De key pair kan eventueel weer verwijderd worden door op het pijltje naar beneden te drukken als je van 'key pair' wil wisselen. Je kunt dan een andere 'key pair' kiezen.

Na het aanmaken van de Instance kan je de'key pair'niet meer aanpassen of toevoegen. Als je na het aanmaken van de Instance toch de 'key pair'wil wijzigen of toevoegen dan moet je een nieuwe Instance aanmaken. 

 openstack-key-pair-allocated

Klik rechts onderin op 'Launch Instance' om de instance aan te maken.

openstack-launch-instance


 

Stap 9

Je komt nu in het scherm 'instances' terecht. De instance wordt aangemaakt. Dit proces neemt ongeveer 10 minuten in beslag.

openstack-instance-aanmaken

Als de instance is aangemaakt zie je dat de instance 'Active' en 'Running' is. De instance is klaar voor gebruik.

openstack-active-running


 

Heb je ook een goed idee?

Stuur jouw idee in! Met genoeg stemmen komt jouw idee op onze wishlist!

Heeft dit artikel je geholpen?

Maak een account aan of log in om een beoordeling achter te laten.

Reacties

Maak een account aan of log in om een reactie te plaatsen.

Kom je er niet uit?

Ontvang persoonlijke hulp van onze supporters

Neem contact op